Gevoelskaartjes; praten over emoties

Gevoelskaartjes kunnen kinderen helpen om hun emoties te benoemen.


Emoties

Een emotie is een gevoel dat spontaan kan opkomen of door een bepaalde situatie wordt opgeroepen. In ieder gezin of klas maak je samen dingen mee en hierbij spelen verschillende emoties een rol. Gevoelens van blij, trots, vreugde delen we vaak makkelijker dan angst, verdriet of woede. terwijl ook deze gevoelens vaak een grote rol spelen in ons dagelijks leven.

Het is belangrijk dat ieder gevoel bespreekbaar mag zijn. Door te praten over emoties werk je met kinderen aan een hechte band en een veilige sfeer. Je leert kinderen dat alle gevoelens er mogen zijn. Je bent goed zoals je bent en je mag je voelen zoals je je voelt. Emoties zijn een uitlaatklep en praten over jouw gevoelens kan er voor een opgelucht gevoel zorgen.


Gevoelskaartjes

Klasse.be maakte de gevoelskaartjes. Achter elk gedrag schuilt een emotie. De kaarten gaan over de volgende vier monsters;

Het gaat moeizaam vandaag; ik voel me verveeld, droevig, moe, ziek …

Ik ben klaar om te leren; ik voel me goed, geconcentreerd, kalm, blij …

Ik ben onrustig; ik voel me ongerust, gefrustreerd, bang …

Ik heb het echt moeilijk; ik voel me boos, wild, in paniek …


Aan de slag met de gevoelskaartjes

Op Klasse. be kun je ook lezen hoe je de gevoelskaartjes kunt gebruiken. Het is belangrijk de kaartjes eerst met de kinderen te bespreken. Met de kinderen kun je voorbeelden bedenken waarbij je dit gevoel zou kunnen hebben. Ook lijkt het mij goed om met kinderen te bespreken of je deze emotie ook kunt zien aan iemand zijn of haar gezicht of lichaam.

Kinderen zouden het kaartje dat bij ze past op tafel kunnen leggen geeft Klasse. be als suggestie. De kinderen kunnen dan een knijper op hun kaartje doen wanneer ze willen praten over hun gevoel. Het is belangrijk om tijd vrij te kunnen maken voor een individueel gesprek. Al weet ik uit ervaring dat het soms heel moeilijk is om die vrije momenten te vinden gedurende een dag voor de klas.

Ik zou ook kunnen bedenken dat je deze kaarten op een rijtje hangt op een centrale plek in de klas en dat ieder kind een wasknijper krijgt met zijn of haar naam. ’s Morgens bij binnenkomst knijpt het kind zijn of haar naam bij het plaatje hoe hij of zij zich op dat moment voelt. Zo heb je als leerkracht meteen een beeld hoe kinderen de klas binnenkomen. Gedurende de dag mogen kinderen de knijper dan ook weer verplaatsen en aan het einde van de dag kijk je hoe de kinderen naar huis gaan.  Door op deze manier te werken besteed je veel aandacht aan het welbevinden van kinderen in de klas.


Download de kaartjes op de site van Klasse.be.

Jongens en meisjes. Het is echt anders!

“Biedt jongens niet te veel afwisseling op één moment. Geef hen de tijd om langdurig met één ding bezig te kunnen zijn!” door Hanneke Poot


Het is echt anders!

In december was ik voor de tweede keer aanwezig bij een lezing van Hanneke Poot over het verschil in ontwikkeling tussen jongens en meisjes. Een zeer inspirerende lezing met veel herkenning voor iedere ouder en leerkracht. Hanneke Poot is kinderfysiotherapeute, psychomotorisch remedial teacher en docente. Ze stelt dat jongens en meisjes wel gelijkwaardig zijn maar zeker niet gelijk. Ik wil jullie een stukje meenemen in de lezing van Hanneke Poot.

Het start met de ontwikkeling van de hersenen. Onderzoek heeft aangetoond dat deze bij jongens en meisjes anders verloopt. De linker hersenhelft groeit bij een baby langzamer dan de rechter hersenhelft. Tijdens de groei wil de rechterhersenhelft verbinding maken met de linker hersenhelft. Bij jongens ontwikkelt de linker hersenhelft zich langzamer door het testosteron dat aanwezig is in het bloed. Het oestrogeen dat bij meisjes in het bloed zit stimuleert juist deze groei. Jongens leggen dus eerder verbindingen aan in de rechter hersenhelft. In de rechter hersenhelft zit beweging, emotie en ruimtelijke oriëntatie. Links zit vooral het taal en denken.


Motorische ontwikkeling

De motorische ontwikkeling is de basis voor de gehele ontwikkeling. Door te bewegen worden er in de hersenen verbindingen gelegd tussen beide hersenhelften. Daarnaast is het van groot belang om vooral in de eerste jaren alles zoveel mogelijk symmetrisch aan te bieden, om het samenwerken van de hersenhelften te ondersteunen.

Meisjes zijn als ze naar school gaan verder in hun sensomotorische ontwikkeling, zij bewegen al vanuit de elleboog en kunnen dus al een kleurplaat inkleuren en werken met een prikpen. Jongens daarentegen zijn met 4 jaar vaak jonger in hun sensomotorische ontwikkeling en bewegen nog vanuit de schouders. Zij hebben ruimte nodig om te bewegen; gaan vaak staan bij een werkje, hebben moeite met fijnere werkjes.

Jongens zijn dus later schoolrijp dan meisjes. Voor jongens is het belangrijk dat ze niet te vroeg naar groep 3 gaan. Het lichaam moet hier klaar voor zijn.


cognitieve ontwikkeling

De hersenen van meisjes kunnen veel verbindingen leggen. Daardoor kunnen meisjes ook meerdere dingen tegelijk doen en kunnen ze goed verbanden leggen. De hersenen van jongens richten zich vooral op verbindingen in één hersenhelft, daardoor kunnen zij zich goed concentreren op één ding. Jonge jongens focussen zich in de eerste jaren vooral op veel bewegen en zijn in hun ontwikkeling niet in staat langdurig stil te zitten. Jongens hebben langdurig spel met één voorwerp nodig om alle informatie goed in hun hersenen op te slaan. Op school is het dan ook goed voor een jongen om langer in een bepaalde hoek te mogen spelen. Omdat jongens zich goed kunnen focussen op één onderwerp zijn zij ook onderzoekend ingesteld. Jongens hebben veel bewegend leren nodig, zij leren door fouten te maken en uit te proberen. Meisjes leren door informatie op te doen en door te praten.


emotionele ontwikkeling

Voor meisjes is het opbouwen van het zelfvertrouwen heel erg belangrijk. Help ze niet teveel, maar laat ze zelf oplossingen zoeken als iets niet lukt. Meisjes hebben het hard nodig om aangemoedigd te worden om in zichzelf te geloven. Jongens voelen zich waardevol als ze dingen samen mogen doen. In de eerste jaren richten jongens zich vooral op hun moeder, vanaf ongeveer 6 jaar gaan ze zich vooral richten op hun vader. Jongens zijn gevoelig voor stress, onmacht en spanning. Zij kunnen hierin blijven hangen omdat zij vooral verbindingen maken in de rechter hersenhelft. Jongens zijn dan alleen maar boos of verdrietig op dat moment en kunnen hier niet over praten. Ze zullen zich eerder afsluiten. Jongens uiten hun emoties ook in hun gedrag; druk en luidruchtig.


sociale ONTWIKKELING

Meisjes willen vooral lief gevonden worden. Sociale contacten zijn heel belangrijk voor meisjes. Ze willen graag zorgen voor de ander. Meisjes zijn sterk in het aanvoelen van anderen. Jongens willen vooral samen doen; samen bewegen en stoeien. Door te stoeien leren ze elkaar respecteren. Jongens willen graag respect. Je geeft een jongen respect door hem dingen te laten doen. Voor jongens is het ook belangrijk om te weten wie er de baas is, welke regels er zijn en of deze consequent worden toegepast


Daarnaast spreekt Hanneke nog over de hormoonhuishouding en de gerichtheid. Ze benoemt de pieken in de testosteron, die ervoor zorgen dat de jongens zoveel energie hebben. Jongensbaby’s zijn vooral gericht op voorwerpen, meisjesbaby’s kijken het meest naar gezichten. Zij zijn relatie gericht.

Ook liet Hanneke ons ervaren dat wij in een heel hoog tempo leven. En dat wij als volwassenen onze kinderen daarin meenemen. Het is belangrijk dat we kinderen dingen in hun eigen ritme laten doen.

Hanneke geeft ook praktische tips voor wat jongens nodig hebben in hun ontwikkeling. Wat kun jij als leerkracht doen in de klas.


Wil je meer weten? Lees dan het boekje “Het is echt anders! verschil in ontwikkeling tussen jongens en meisjes” of ga naar een lezing van Hanneke Poot. Een echte aanrader! Kijk snel op haar website.

Groepsvorming; groepers maken en groepers vormen

Hoe kun je snel groepjes maken in jouw klas? Welke fases in de groepsvorming doorloopt jouw groep. En hoe maak je van jouw groep een fijne groep?


Groepers maken en groepers vormen:

Onderwijs Maak Je Samen maakte twee mooie uitgaven die in iedere klas aanwezig zouden moeten zijn. Groepers maken om snel en efficiënt groepjes te maken. En groepers vormen om van een groep één groep te maken. Beide uitgaven zijn bruikbaar in iedere klas van de basisschool.


Groepers maken:

In de klas werken we allemaal veel in groepjes. Deze kaartjes helpen je om snel en efficiënt groepjes te maken. Je kunt de groep op verschillende manieren in kleinere groepjes verdelen; op vorm, kleur, dier, getal of letter. Er zijn 36 unieke kaartjes die je aan het begin van een activiteit of les uit kunt delen. De kaarten zien er erg mooi en aantrekkelijk uit. Ze zitten in een A6 doosje voorzien van een compacte handleiding.

Zo kun je willekeurig tweetallen of groepjes van drie tot zes personen samenstellen. Handig om in te zetten bij coöperatief leren!


Groepers vormen:

Groepers vormen is de uitgave voor de groepsvorming. Er zijn 40 activiteiten om een positief en prettig groepsklimaat te creëren. Deze activiteiten sluiten aan bij de fases in de groepsvorming. Als leerkracht kun je dit proces begeleiden door de juiste activiteiten in te zetten.

De fases die de groep doorloopt binnen de groepsvorming staan steeds op een uitlegkaart; fase 1 Oriëntatie, fase 2 Macht, fase 3 Affectie, fase 4 Prestatie en fase 5 Afscheid. Daarbij worden de kenmerken van de groep in deze fase genoemd en de rol van de leraar. Heel handig om een stukje achtergrondinformatie te hebben.

 Door aandacht te besteden aan de sociale processen in een groep kun je leerlingen verantwoordelijkheid geven.
De activiteiten zijn zowel geschikt voor het basisonderwijs als het voortgezet onderwijs.


Twee voorbeelden:

ik heb twee voorbeelden uitgekozen om te laten zien hoe leuk en direct bruikbaar deze activiteiten zijn.

Fase Oriëntatie; Aan de overkant

Verdeel de ruimte in twee kanten. De ene kant staat voor ‘dit is voor mij van toepassing’, de andere kant staat voor ‘dit is niet voor mij van toepassing’. Formuleer als leerkracht een bewering over een onderwerp. Na de vraag kunnen de kinderen blijven staan of heel stil naar de overkant lopen. Vragen kunnen zijn; ik werk graag alleen, ik vind het leuk om te sporten of juist diepgaander als ik ben weleens gepest.

Fase Affectie; wie is de joker?

Je wijst zonder dat de andere leerlingen dit weten een leerling aan die de joker mag zijn. De joker voert binnen een afgesproken tijd één of een aantal opdrachten uit. Dit zijn opdrachten die een positieve bijdrage moeten leveren aan het groepsklimaat. Bijvoorbeeld; je moet 3 kinderen helpen, je moet 3 kinderen een compliment geven of je moet aan 3 kinderen vragen hoe het gaat.

Aan het einde van de tijd ga je met de groep in gesprek. Weten ze wie de joker is en wat zijn/haar opdracht was. De joker mag ook vertellen hoe hij/zij te werk is gegaan. Kinderen worden zich bewust dat het krijgen en geven van complimenten fijn is. En dat het fijn is om elkaar te helpen.

Ik ga deze kaarten veel gebruiken in mijn groep. Je groep kan in een schooljaar meerdere keren een fase van groepsvorming doorlopen. Zeker na elke vakantie goed om weer in te zetten.

De start van mijn blog

Welkom op mijn blog ‘alles over gedrag’.

Regelmatig zoek ik als leerkracht op het internet naar goede tips en ideeën voor in de klas. Er zijn websites genoeg te vinden die vol staan met knutsel-, reken- en taalideeën. Maar websites die vol staan met ideeën rondom de sociaal emotionele ontwikkeling en gedragsproblemen zijn er eigenlijk maar weinig.
En dit is nu juist waar mijn interesse naar uit gaat. Zeker in deze tijd van Passend onderwijs.
Eerlijk is eerlijk, je hebt niet altijd zin en tijd om hele dikke boeken te lezen over gedrag en sociaal-emotionele ontwikkeling. Je wilt als leerkracht gewoon praktische tips om meteen mee aan de slag te gaan.

Als leerkracht vind ik het leuk om tips en ideeën te krijgen van andere leerkrachten. Mensen die ook met beide benen in de praktijk staan.
Op mijn laptop staat de map “favorieten” inmiddels vol met leuke links naar allerlei websites en mijn map “school” staat aardig vol met diverse documenten.
Deze tips en ideeën wil ik nu graag met andere leerkrachten delen. Want hoe fijn is het, om niet altijd zelf het wiel uit te moeten vinden. Je hebt het als leerkracht nu eenmaal al druk genoeg 😉

Op mijn blog schrijf ik over alles wat te maken heeft met de sociaal-emotionele ontwikkeling en gedragsproblemen in scholen.

In het menu vind je tevens beknopte informatie over diverse leer- en gedragsproblemen. Deze informatie komt uit diverse literatuur.

Veel leesplezier!!