De Zilveren weken

Het hele jaar werken aan groepsvorming, een groep vraagt om onderhoud” .

De Zilveren weken

Onlangs las ik het boek De Zilveren weken van Boaz Bijleveld (uitgave oktober ’21). Bijleveld kende ik van het boek de Gouden weken 2.0, het boek voor de start van het schooljaar. De Gouden weken vind ik een fijn boek met veel theorie over groepsvorming en verschillende werk- en spelvormen voor in de praktijk. Ik was dus ook zeer benieuwd naar dit exemplaar.

De lay-out van het boek sprak mij meteen aan. Het boek is opgedeeld in twee delen. Het eerst deel is het theoretische deel, hierin komt Bijleveld met een stuk vernieuwde theorie. Een mooie aanvulling op de theorie die het boek de Gouden weken al had.

Het tweede deel van het boek is het ‘doe’ gedeelte hierin wordt de vertaling naar de praktijk gemaakt.

Zilveren weken is de naam voor de periode na de kerstvakantie, halverwege het schooljaar. Bijleveld maakt met dit boek duidelijk dat je het hele jaar werkt aan groepsvorming en een groep om onderhoud vraagt. Het werken aan groepsvorming is een continu proces, daar moet je als leerkracht tijd en energie in steken. Met dit boek bouw je verder op het fundament van de Gouden weken.

Daarnaast is er ook aandacht voor de laatste weken van het schooljaar; de Bronzen weken.


Deel 1: Theorie

De zilveren weken is de periode voor reflectie en er is kans op nieuwe ‘storm’. De helft van het schooljaar zit erop, Bijleveld noemt het tijd om alles weer eens goed onder de loep te nemen.

In de Gouden weken 2.0 wordt het proces van groepsvorming beschreven vanuit de theorie van Tuckman. In dit deel staan aanvullingen en vernieuwde inzichten. Zo wordt het geïntegreerde model van groepsvorming van Susan Wheelan en het onderbroken evenwichtsmodel van Connie Gersick genoemd.

Volgens Wheelan kunnen groepen tot volwassenheid of rijping komen mits ze op een goede en effectieve manier blijven samenwerken. Ze stelt ook dat er duidelijk verschillen zijn in hoe groepen zich ontwikkelen of juist stagneren in hun ontwikkeling. De fases volgens de theorie van Wheelan worden uitgebreid beschreven; de oriëntatiefase, conflictfase, stabiliteitsfase, presentatiefase en beëindiging. Wheelan stelt dat het niet per definitie zo is dat als je als groep eenmaal in een fase bent beland je daar ook blijft. Door veranderingen in omstandigheden kan er sprake zijn van een ‘terugval’. Wheelan geeft ook nog een aantal concrete aandachtspunten die belangrijk zijn om tot volgroeiing of rijping te komen.

Het model van Gersick is circulair, ze stelt dat tijdens een periode van grote veranderingen een groep zich juist voorwaarts ontwikkelt. Door verandering komt er ruimte voor beweging, ontplooiing en het opzetten van nieuwe structuren. In Gersicks model kunnen groepen dus van de storming/conflictfase naar de prestatiefase en weer terug gaan.

Er wordt ook een opsomming gegeven van de fundamentele factoren die groepssamenhang beïnvloeden.

Kortom genoeg interessante theorie om te lezen in het eerste deel van het boek.


Deel 2: Doen

Dit deel bevat veel verschillende werk- en spelvormen. Hoofdstuk 2 t/m 5 bestaat uit diverse evaluatievormen, spelvormen, digie energizers en coöperatieve werkvormen. Bij elke activiteit staat het niveau, de vorm, de duur, de leeftijd en FTF/online. Je kunt ook zoeken op deze verschillende kenmerken omdat er handige opzoeklijsten in het boek zitten. Mooi om te zien dat door de thuisonderwijsperiode nu ook werkvormen voor digitaal onderwijs zijn toegevoegd. De coöperatieve werkvormen komen uit de Gouden weken 2.0.

Hoofdstuk 6 bestaat uit verschillende voorbeeldroosters. Deze zijn onderverdeeld in kleuters, onderbouw, middenbouw, bovenbouw en VO. Er zijn geen vaste richtlijnen hoe lang de zilveren weken duren. Je kijkt goed naar wat jouw groep nodig heeft.

Hoofdstuk 7 vind ik persoonlijk een echt pluspunt in het boek. Dit hoofdstuk heet ‘ Ervar(ing)en met Werken aan Wat Werkt. Dit is een methodiek van Insoo Kim Berg en Lee Shilts. Het is een oplossingsgerichte benadering om groepen weer in hun kracht te zetten. Door deze methodiek in te zetten als aanvulling op het werken met het Zilveren weken programma werk je echt gericht verder aan wat uit jouw groepsevaluaties komt. Daarbij sluit het helemaal aan bij bovengenoemde theorieën van Tuckman, Wheelan en Gersick. Bijleveld beschrijft in dit hoofdstuk de essentie van deze aanpak en hij geeft voorbeelden van schalen en gesprekken tussen leerkracht en leerling. Het duidelijke stappenplan geeft meteen handvatten om in de praktijk te gaan gebruiken.

Als bijlage zijn de competenties sociaal emotioneel leren uit Groepsplan Gedrag van Kees van Overveld toegevoegd. Een goede toevoeging vind ik.


Ik heb het boek in één ruk uitgelezen en vind het direct bruikbaar voor in de praktijk. Een boek dat naar mijn idee op iedere school aanwezig zou moeten zijn. Met de Gouden weken 2.0 en de Zilveren weken in de boekenkast kun je een heel jaar lang werken aan groepsvorming.

Klassenregels maken samen met de kinderen

Klassenregels zijn belangrijk om te maken in de eerste fase van de groepsvorming. Al eerder heb ik hier iets over geschreven. Onder het kopje “klassenregels” zijn al enkele voorbeelden te vinden.

Zelf maak ik al een aantal jaren foto’s van de klassenregels. De kinderen vinden dit erg leuk om te doen en zijn zo ook echt betrokken. Ik hang de regels dan op een prominente plek in de klas. Dit jaar had ik ze op een magneetbord hangen zodat ik er ook gemakkelijk eentje af kon halen om een week centraal te stellen.

Vooral voor de onderbouw zijn er op het internet veel regels en afspraken kaartjes te vinden naar aanleiding van diverse thema’s of bekende prentenboekfiguren.


klassenregels 4Op kleuterjuf in een kleuterklas staan regels die passen bij de methode van Schatkist. De regels zijn geschreven op rijm en voorzien van een plaatje van Pompom.

“Blijven zitten op je stoel, dat kunnen er hier een heleboel.”

“Er is er maar één die praat, zodat het luisteren beter gaat.”

Ook vind je op deze site klassenregels met afbeeldingen van Dagmar Stam. klassenregels 9
Ook wel bekend van veel prentenboeken.

 


Tips voor het maken van klassenregels:

– Maak ze samen met de kinderen. Kinderen vinden vaak dezelfde dingen belangrijk als de leerkracht.

– Onderteken de regels allemaal, ook de leerkracht.

– Hang de regels zichtbaar op in de klas en bespreek ze regelmatig. Laat het niet alleen een poster aan de muur zijn.

– Stel de eerste weken elke week een regel centraal.

– Oefen de regels met de kinderen. Hoe ziet het eruit als het goed gaat.

– Formuleer de regels positief. Benoem het gewenste gedrag dat je wilt zien.

– Maak niet teveel regels, een stuk of 5/6 is al genoeg.


regels zoem de bijIn groep 3 wordt op veel scholen gewerkt met Zoem de bij.

Juf Linda maakte hier klassenregels “bij”.

Elke regel begint heel toepasselijk met het woordje “bij”.

“Bij ons in de klas helpen we elkaar”.

“Bij ons in de klas geven we elkaar complimentjes”.


Op Pinterest kwam ik onderstaande voorbeelden nog tegen. Ook leuk voor in de midden en bovenbouw.

klassenregels 10klassenregels 11klassenregels 6

klassenregels 1

klassenregels 2

klassenregels 8klassenregels 5